Om zorggegevens veilig en betrouwbaar uit te wisselen, moet duidelijk zijn naar welke organisatie, afdeling, of zorgdienst informatie moet worden gestuurd. In een zorglandschap met duizenden zorgaanbieders is een eenduidige manier van adresseren essentieel

Wat doet de functie?

De generieke functie Adressering maakt het mogelijk om digitale adressen, organisatieonderdelen en zorgdiensten van zorgaanbieders op een gestandaardiseerde wijze te registreren, beheren en raadplegen.

Hierdoor kunnen zorgverleners en systemen de juiste ontvanger vinden voor het uitwisselen van gegevens, ongeacht welke organisatie of welk systeem daarbij betrokken is.
 

Hoe werkt het?

De functie biedt inzicht in de digitale adresgegevens van zorgaanbieders en hun organisatieonderdelen. Systemen kunnen deze gegevens gebruiken om berichten, documenten en gegevensuitwisselingen automatisch naar de juiste bestemming te sturen.

 

Voorbeeld uit de praktijk

Een huisarts verwijst een patiënt naar diens behandelend fysiotherapeut. Met behulp van de adresseringsfunctie wordt de juiste zorgorganisatie, afdeling en zorgdienst van deze fysiotherapeut bepaald, zodat de verwijzing digitaal op de juiste bestemming wordt afgeleverd. Hierdoor komt de informatie direct terecht bij de beoogde ontvanger.