Gezondheidsgegevens van patiënten zijn vaak verspreid over meerdere zorgorganisaties. Om snel een volledig beeld van een patiënt te krijgen, moet een zorgverlener kunnen achterhalen welke zorgaanbieders relevante gegevens beschikbaar hebben.
Wat doet de functie?
De generieke functie Lokalisatie maakt inzichtelijk welke zorgaanbieders beschikken over relevante gegevens van een patiënt. Hierdoor kunnen zorgverleners en zorgtoepassingen gericht bepalen waar informatie beschikbaar is.
Hoe werkt het?
Lokalisatie beantwoordt de vraag: "Welke zorgaanbieders beschikken over gegevens van deze patiënt?"
De functie geeft inzicht in de bronhouders van deze gegevens, zodat zorgverleners ze gericht kunnen opvragen. Lokalisatie werkt hierbij samen met de generieke functie Adressering. Nadat is vastgesteld welke zorgaanbieders over relevante gegevens beschikken, helpt Adressering bij het vinden en van het digitale adres van de betreffende organisatie,organisatieonderdeel of de zorgdienstom de gegevensuitwisseling mogelijk te maken.
Voorbeeld uit de praktijk
De functie biedt inzicht in de digitale adresgegevens van zorgaanbieders en hun organisatieonderdelen. Systemen kunnen deze gegevens gebruiken om berichten, documenten en gegevensuitwisselingen automatisch naar de juiste bestemming te sturen.