De zorg staat voor grote uitdagingen. De vraag naar zorg groeit, terwijl het aantal beschikbare zorgprofessionals achterblijft. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid gezondheidsinformatie over patiënten sterk toe. Die informatie kan bijdragen aan betere, veiligere en snellere zorg, maar is voor zorgverleners niet altijd op het juiste moment beschikbaar.
Digitalisering kan de zorg verbeteren. Maar nieuwe digitale toepassingen werken alleen goed als de basis op orde is. Daarom is een betrouwbare, veilige en landelijke dekkend netwerk (LDN) nodig om gezondheidsgegevens veilig beschikbaar te kunnen stellen tussen zorgorganisaties in heel Nederland.
Om gezondheidsgegevens binnen dit netwerk veilig, betrouwbaar en eenduidig uit te wisselen, zijn de generieke functies ontwikkeld. Dit zijn afspraken, standaarden en voorzieningen die ervoor zorgen dat zorgverleners, patiënten en systemen elkaar kunnen vertrouwen, gegevens veilig kunnen delen en efficiënt kunnen samenwerken. En die afspraken, standaarden en voorzieningen realiseren we samen met zorgaanbieders, ICT-leveranciers en andere partijen.
Daarnaast ondersteunen generieke functies een betere uitvoering van wet- en regelgeving, zoals de, AVG, Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) en de European Health Data Space (EHDS). Deze ontwikkelingen stellen steeds hogere eisen aan digitale samenwerking en beschikbaarheid van gezondheidsgegevens binnen de zorg.
Meer over generieke functies
Beeld: © Ministerie VWS / Ministerie VWS
Generieke functies zijn afspraken, standaarden en voorzieningen die ervoor zorgen dat zorggegevens veilig, betrouwbaar en efficiënt kunnen worden uitgewisseld. Vanuit de Wegiz zijn 5 gegevensuitwisselingen* geprioriteerd waar de generieke functies een belangrijke rol in vervullen. Ze beantwoorden namelijk de vragen zoals: Wie vraagt gegevens op? Mag deze persoon de gegevens inzien? Waar bevinden de gegevens zich? En mag de patiënt deze gegevens delen?
- Identificatie & Authenticatie: vaststellen wie iemand is.
- Autorisatie: bepalen bij welke gegevens iemand mag.
- Toestemming: vastleggen welke toestemmingen de patiënt heeft gegeven voor gegevensdeling.
- Lokalisatie: zoeken waar er relevante gezondheidsgegevens beschikbaar zijn.
- Adressering: zorgen dat gegevens en vragen bij het juiste loket (de juiste zorgorganisatie of zorgverlener) terechtkomen.
- Logging: zichtbaar maken wie welke gegevens heeft ingezien.
Samen vormen ze een gezamenlijke basis voor veilige en betrouwbare digitale gegevensuitwisseling in de zorg. Hierdoor kunnen zorgverleners gegevens delen, weten patiënten wat er met hun gegevens gebeurt en kunnen systemen van verschillende organisaties met elkaar samenwerken.
Elke generieke functie vervult een specifieke rol binnen het uitwisselen van gegevens. Samen zorgen ze ervoor dat de juiste informatie, op het juiste moment, bij de juiste persoon terechtkomt.
Elke generieke functie lost een specifiek vraagstuk op:
- Identificatie & Authenticatie: met wie wissel ik gegevens uit?
- Autorisatie: wie mag welke gegevens gebruiken?
- Toestemming: welke toestemming is gegeven?
- Lokalisatie: waar zijn de gegevens te vinden?
- Adressering: naar wie moeten de gegevens worden gestuurd?
- Logging: Wie heeft mijn gegevens ingezien en wat is er mee gebeurd?
Doordat deze functies volgens landelijke afspraken werken, kunnen zorgorganisaties veilig samenwerken, ook als zij verschillende systemen gebruiken.
Stel: een huisarts verwijst een patiënt naar een cardioloog.
- De huisarts logt in op de Dezi en toont aan wie hij is (Identificatie & Authenticatie).
- Dan wordt gecontroleerd of de huisarts bevoegd is om de gegevens van de patiënt te bekijken (Autorisatie).
- De huisarts ziet dat de patiënt toestemming heeft gegeven om relevante gezondheidsgegevens te delen (Toestemming).
- De huisarts verzendt de doorverwijzing naar de cardioloog (Adressering)
- De afdeling Cardiologie ontvangt de doorverwijzing.
- De behandelende cardioloog blijkt meer informatie nodig te hebben om de behandeling beter voor te kunnen bereiden. Nadat de cardioloog geverifieerd is (Identificatie & Authenticatie en Autorisatie) kan de cardioloog een uitvraag doen. Het systeem geeft aan waar de benodigde en relevante gezondheidsgegevens beschikbaar zijn (Lokalisatie).
- De gezondheidsgegevens kunnen worden opgehaald door juiste cardioloog (Adressering).
- Nadat de cardioloog is geverifieerd kan de informatie worden inzien.
Hierdoor beschikt de cardioloog op tijd over de juiste informatie en hoeft de patiënt niet steeds opnieuw zijn verhaal te vertellen.
Implementatie Generieke Functies

Het Programma Implementatie Generieke Functies.
In veel situaties is snelle en betrouwbare toegang tot complete en actuele patiëntengezondheidsgegevens onmisbaar.
Nu zijn alle gegevens nog niet landelijk opvraagbaar.
Om deze landelijke uitwisseling van patiëntengezondheidsgegevens te bevorderen, hebben we een aantal Generieke Functies vastgesteld.
Dat zijn sets van afspraken, standaarden en voorzieningen.
Identificatie en Authenticatie.
We regelen dat onafhankelijk gecontroleerd wordt wie je bent, zodat de verdere zorgketen daarop kan vertrouwen.
Je logt, via een device met internetverbinding, in op je elektronisch patiëntendossier, EPD.
Het EPD haalt jouw zorgverleners-ID op bij het zorgverlenersregister Dezi.
Het EPD vraagt om authenticatie.
Zo wordt vastgesteld dat jij bent, wie je zegt dat jij bent.
In het EPD doe je een verzoek om de actuele en relevante patiëntengezondheidsgegevens, bijvoorbeeld actuele medicatie, landelijk op te vragen.
Autorisatie.
De generieke functie Autorisatie is nodig om landelijk af te spreken wie wat mag opvragen.
Het EPD controleert of jij de opgevraagde gezondheidsgegevens van de patiënt mag inzien.
Toestemming.
Voor elke gegevensuitwisseling met andere zorgaanbieders is toestemming van de patiënt nodig.
Het EPD controleert bij de onlinetoestemmingsvoorziening, Mitz, of de patiënt toestemming heeft gegeven om de patiëntengezondheidsgegevens met andere zorgverleners te delen.
Lokalisatie.
Met de generieke functie Lokalisatie regelen we dat afgesproken patiëntengezondheidsgegevens landelijk vindbaar worden.
Lokale EPD's informeren de lokalisatie-metadataregisters, LMR’s, continu over welke patiëntengezondheidgegevens zij beschikken.
Bijvoorbeeld het LMR voor Medicatiegegevens ontvangt jouw vraag om actuele medicatiegegevens…
...en lokaliseert welke zorgaanbieders beschikken over relevante informatie.
Adressering.
Om de patiëntengezondheidsgegevens veilig te delen, moeten we van iedere zorgaanbieder weten wat zijn digitale adres is.
Via een landelijke adresfunctionaliteit kunnen specifieke adressen voor de gegevensuitwisseling met zorgaanbieders worden opgehaald.
Je vraagt de patiëntengezondheidsgegevens op die je nodig hebt.
De zorgaanbieder controleert voor verzending wie jij bent en of jij deze patiëntengezondheidsgegevens mag ontvangen.
De patiëntengezondheidsgegevens worden aan jou beschikbaar gesteld.
Zo beschik jij snel en efficiënt over de actuele patiëntengezondheidsgegevens om goede zorg te kunnen leveren.
Deze animatie is gemaakt in opdracht van:
het Programma Implementatie Generieke Functies, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.